fbpx

Beeldaspecten van Vorm en kleur

schildercursus warm/koud contrast Een vorm die afgeleid is van een cirkel en vormen die naar achteren verkleinen (de strobaal en de berg) in een warm/koud contrast (geel/groen)

Bij de beeldelementen horen de beeldaspecten.

  • Een beeldelement is 1 onderwerp.
  • De beeldaspecten zijn verschillende onderdelen die horen bij een beeldelement. Zoals bv. het beeldelement kleur
  • en bij kleur hoort: kleuren leer, kleuren mengen, kleurperspectief, kleurcontrasten, dat zijn dus de aspecten.
  • Soms worden ze door elkaar gebruikt en dat kan ook, maar voor de duidelijkheid heb ik ze op deze manier gescheiden. Daarbij ga ik uit van schilderen en vind ik het zo logisch om uit te leggen.

 

En nog 1 tip om geen verlegen schilder meer te zijn.

  • Kennis geeft macht. De kennis over waar je mee bezig bent zorgt ervoor dat je niet zweeft in onzekerheid.
  • Wees trots op de fase van jouw leerproces, trots op elke stap die je beter maakt
  • Geniet daarvan.
  • Laat je nooit kennis ontnemen door mensen die zeggen dat je “spontaan moet werken”, dat je zelfs je spontaniteit verliest als je teveel weet en nadenkt.
  • Nadenken is wat ons onderscheidt van de dieren, ons mooiste bezit, keuzes maken en onafhankelijk zijn.
  • Keuzes maken kan je alleen als je weet waaruit je kan kiezen, en daar heb je kennis voor nodig.
  • Dat geeft je macht over je eigen leven. Van daar uit kan je ontspannen kiezen en werken en ontspannen spontaan zijn.
  • Je neemt de leiding over je eigen leven, je eigen schilderij, je eigen keuzes

Nu concrete kennis:

Vorm

Je gebruikt altijd vormen, de vormen kunnen natuurlijk zijn bv. van een wolk of boom. Of afgeleid van geometrische vormen zoals 3hoek, 4kant, cirkel, rechthoek, ovaal. Dat zijn de basis vormen.

1 Basisvormen worden veel gebruikt om iets eenvoudig op te zetten,

  • je herkent veel basisvormen in op het eerste oog ingewikkelde onderwerpen, zoals bv. een menselijk lichaam.

schildercursus-basisvorm

  • Het welbekende houten poppetje bestaat uit allemaal basisvormen.
  • Weet je niet goed hoe je een mens tekent begin dan met deze basis vormen

schilderen met lichtval

 

Maar ook bv. een waterlelie-blad kan je vereenvoudigd opzetten met de start van een ovaal.

  • Pobeer dus altijd op zoek te gaan naar vereenvoudiging van je onderwerp. Probeer te starten met basisvormen.

Beeldelementen in een schilderij

2) Vormen verkleinen naar de achtergrond. Dat weet iedereen, want je weet hoe klein iets lijkt vanuit het vliegtuig.

3) vormen vervagen van duidelijk naar suggestie van die vorm

  • Dit “moet” je ook gebruiken in je schilderij.
  • Je ziet in bovenstaand schilderij heel duidelijk hoe de vormen verkleinen, vervagen tot aan een suggestie dat er lelies liggen.
  • en hoe je dit schilderij met basisvormen zou kunnen opzeten

Zelfs bij portret, bij een 3/4 aanzicht: het dichtstbijzijnde oog is groter dan het andere oog in je werk, omdat het dichterbij is.

Kleur

Er zijn verschillende aspecten van het beeldelement kleur.

kleurenleer omvat:

Mengen van vergrijsde kleuren

  1. Mengen
  • mengen, van primair naar secundair en tertiair
  • mengen van warm naar koud, van licht naar donker, van helder naar vaag.
  • Mengen van optisch dezelfde zwaarte, bv. een kleurencirkel van grijs/rood naar grijs/oranje/naar grijsgeel/naar grijsgroen etc.
  • of juist een kleurencirkel met heldere, frissere kleuren, dus ook optisch van dezelfde zwaarte

Helaas mengen moet. En waarom?

Bv. omdat je diepte wilt suggereren.

  • Heldere kleuren lijken dichterbij dan vagere kleuren. En die vage kleuren meng jezelf.
  • Zo maak je ook met kleur diepte in je werk. Net zoals vormen kleiner worden en vervagen, die dus vertellen wat dichterbij is of verderweg.

Of omdat je met kleurtonen wil werken, ook die zorgen voor diepte, en ook die meng jezelf.

schaduw en lichtval

  • bv.  lichtval in een gezicht, daar waar de schaduw valt is de huidskleur donkerder en dat doe je niet alleen met een lik zwart uit een potje, maar wel met kleurtonen.
  • de variatie in 1 kleur heet kleurtonen, kleurnuances, die meng je van licht naar donker, van warm naar koud en dat lukt je niet met alleen een lik zwart.

leer mengen met olieverf kleurtonen in wit

Of omdat je niet 1000 kleuren wil kopen, dus bespaar je geld.

Mengen doe je ook voor variatie, mengen voor meer eigenheid in je werk, voor krachtig werk

2) kleurcontrasten:

warm/koud en licht/donker, en complementair. Er zijn er nog meer maar dit zijn veelgebruikte, die je zeer zeker uit je hoofd moet kennen.

  • De ene kleur is van invloed op de andere, rood is niet zomaar rood en blauw niet zo maar blauw, ze doen iets met elkaar en wat? lees onder verder.

Ze zorgen ook voor diepte in je werk.

kleurperspectief, kleuren die meer of minder aandacht vragen.

  • De ene kleur knalt eruit naast een andere die daardoor juist naar achteren gaat. (wijkt)
  • We hebben het dan over de warme en koele kleuren.
  • En dat betekent in dit geval niet mooi of lelijk of leuker. 

Het betekent  dat bv. rood naast blauw veel meer opvalt dus naar voren komt.

  • dus de aandacht van je publiek vraagt. Rood is een schreeuwende kleur, net als bv. knal oranje of knal geel.  Men kijkt altijd eerder naar een warme kleur dan naar een koele en daar blijft het oog naartoe trekken.

Net zoals een schreeuwend persoon in een rustige menigte opvalt.

Daarom had Maxima ook een verkeerde keuze op een bruiloft met haar rode jurk, deze viel teveel op, de bruid kreeg zo te weinig aandacht. Max had daar veel kritiek op.

 

  • kleuren met optisch dezelfde zwaarte of juist in contrast. Hier kan je heel leuk mee spelen en is een kwestie van doen en zien wat er gebeurt.
  • Optisch dezelfde zwaarte betekent bv. een pastelroze naast een pastelgroen, beide zijn even zwaar, of een knal oranje naast een knal groen.

Hier boven heb je het over een warm/koud contrast.

  • Een licht/donker contrast werkt hetzelfde als warm/koud. Dat zijn bv lichtblauw naast donkerblauw, maar ook bv. turquoise naast paars, of bruin met roze, groen met bruin.
  • bv een kat met groene ogen, die knallen er dus uit bij een bruine kat.
  • Heb je echter een rode kater en de ogen zijn groen dan zullen de ogen veel minder opvallen tov. je kat. Nou kan je dat probleem wel oplossen door de kat wat minder uitgewerkt te schilderen en de ogen wel heel erg uit te werken. Maar dat zijn weetjes, waar je de kennis voor nodig hebt.
  • Anders blijf je jezelf steeds afvragen hoe krijg ik die ogen sprekender. Of je kan kiezen de kater meer oranje te schilderen want dan werk je wel met een warm/koud contrast en kan je zowel de ogen als het koppie lekker uitwerken.

kleurenleer

Een complementair contrast, werkt weer anders.

  • Als je dan een koele kleur naast een warme zet en het zijn complementaire kleuren dan verhelderen ze elkaar
  • bv. blauw naast oranje, deze 2 zijn even sterk en wijkt het blauw niet voor oranje . Dus werkt je kleurperspectief heel anders.
  • Complementaire kleuren liggen tegenover elkaar op de kleurencirkel en zijn rood/groen, paars/geel en blauw/oranje. Verder is alles warm/koud.

 

Naar beeldaspecten verf en lijn